hersmeden
werkwoordBetekenis
- opnieuw aan een smeedproces onderwerpen
Vervoeging van hersmeden
hersmedenhele werkwoord — hersmeeddeverleden tijd enkelvoud — hersmeeddenverleden tijd meervoud — hersmeedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hersmeed | hersmeedde |
| jij | hersmeedt | hersmeedde |
| hij, zij, het | hersmeedt | hersmeedde |
| wij | hersmeden | hersmeedden |
| jullie | hersmeden | hersmeedden |
| zij | hersmeden | hersmeedden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is hersmeed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was hersmeed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd hersmeed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt hersmeed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal hersmeed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal hersmeed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou hersmeed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou hersmeed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had hersmeed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had hersmeed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had hersmeed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden hersmeed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden hersmeed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden hersmeed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt hersmeed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hersmeed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hersmede | aanvoegende wijs |
| hersmedend | onvoltooid, deelwoord |
| hersmeed | gebiedende wijs |
| hersmeed | verleden tijd, deelwoord |
| hersmeed te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hersmeed te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hersmeed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hersmeed te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hersmeed te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hersmeed worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hersmeed zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hersmeed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hersmeed zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hersmeed zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hersmeedde | verleden tijd |
| is hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben hersmeed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hersmeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hersmeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren hersmeed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was hersmeed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd hersmeed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden hersmeed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden hersmeed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt hersmeed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal hersmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal hersmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal hersmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hersmeed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal hersmeed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn hersmeed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou hersmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou hersmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou hersmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hersmeed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou hersmeed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden hersmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden hersmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden hersmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hersmeed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hersmeed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt hersmeed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen hersmeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen hersmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen hersmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen hersmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hersmeed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hersmeed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult hersmeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult hersmeed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van smeden met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van hersmeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hersmede | aanvoegende wijs | hersmeden |
| hersmedend | onvoltooid deelwoord | hersmeden |
| hersmedende | woordvorm | hersmeden |
| hersmeed | voltooid deelwoord | hersmeden |
| hersmeedde | verleden tijd | hersmeden |
| hersmeedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hersmeden |
| hersmeedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hersmeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hersmeden zijn vastgelegd.