smid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die gloeiend metaal bewerkt met een hamer op een aambeeld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| smeden | meervoud |
| smidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| smidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘metaalbewerker’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1138
Woordfamilie van smid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| smidje | verkleinwoord | smid |
| smidjes | verkleinwoord meervoud | smid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smid zijn vastgelegd.