Naar de inhoud

herbergen

huisvesten

herbergen is meer dan één woord

herbergen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈhɛrbɛrɣə(n)

Betekenis

  1. huisvesten
  2. tot verblijf dienen
  3. bevatten

Hoe spreek je herbergen uit?

/ˈhɛrbɛrxən/

Herbergen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɛrbɛrxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɛ bed
r rood
b bak
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van herbergen

herbergenhele werkwoord — herbergdeverleden tijd enkelvoud — herbergdenverleden tijd meervoud — geherbergdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herberg herbergde
jij herbergt herbergde
hij, zij, het herbergt herbergde
wij herbergen herbergden
jullie herbergen herbergden
zij herbergen herbergden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geherbergd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geherbergd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geherbergd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geherbergd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geherbergd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geherbergd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geherbergd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geherbergd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geherbergd verleden tijd, deelwoord
geherbergd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geherbergd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geherbergd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geherbergd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geherbergd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geherbergd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geherbergd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geherbergd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geherbergd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geherbergd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geherbergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geherbergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geherbergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geherbergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geherbergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geherbergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geherbergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geherbergd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herberg gebiedende wijs
herbergde verleden tijd
herberge aanvoegende wijs
herbergend onvoltooid, deelwoord
is geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geherbergd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herbergen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herbergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geherbergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geherbergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geherbergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geherbergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geherbergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geherbergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geherbergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geherbergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geherbergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geherbergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geherbergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geherbergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geherbergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geherbergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geherbergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geherbergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geherbergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geherbergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geherbergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geherbergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geherbergd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geherbergd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geherbergd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geherbergd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geherbergd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herbergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herbergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herbergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geherbergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geherbergd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geherbergd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geherbergd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geherbergd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geherbergd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geherbergd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herbergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herbergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herbergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geherbergd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geherbergd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geherbergd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geherbergd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geherbergd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geherbergd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herbergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herbergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herbergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geherbergd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geherbergd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herbergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geherbergd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geherbergd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geherbergd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geherbergd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geherbergd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geherbergd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herbergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herbergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herbergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herbergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geherbergd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geherbergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geherbergd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herbergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord herberg

Herkomst

van Middelnederlands herbergen / herberghen, op te vatten als afgeleid van herberg zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van herbergen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geherbergd voltooid deelwoord herbergen
geherbergde woordvorm herbergen
herbergde verleden tijd herbergen
herbergden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon herbergen
herberge aanvoegende wijs herbergen
herbergend onvoltooid deelwoord herbergen
herbergende woordvorm herbergen
herbergt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon herbergen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herbergen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over herbergen

Hoe spreek ik herbergen uit?
Zo spreek je herbergen uit: /ˈhɛrbɛrɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van herbergen?
Herbergen is een werkwoord. De betekenis is: huisvesten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik herbergen?
Zo vervoeg je herbergen zo: de tegenwoordige tijd is herberg, de verleden tijd is herbergde en het voltooid deelwoord is geherbergd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herbergen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herbergen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herbergen in het kort

herbergen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van herbergen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort herbergen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

herbergen: huisvesten
Deel herbergen — standaardnederlands.nl