heksen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈhɛksə(n)Betekenis
- toveren
Hoe spreek je heksen uit?
/ˈhɛksən/
Heksen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van heksen
heksenhele werkwoord — heksteverleden tijd enkelvoud — hekstenverleden tijd meervoud — gehekstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | heks | hekste |
| jij | hekst | hekste |
| hij, zij, het | hekst | hekste |
| wij | heksen | heksten |
| jullie | heksen | heksten |
| zij | heksen | heksten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gehekst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehekst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehekst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehekst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehekst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehekst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehekst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehekst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehekst | verleden tijd, deelwoord |
| gehekst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehekst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehekst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehekst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehekst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehekst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehekst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehekst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehekst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehekst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehekst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heks | gebiedende wijs |
| hekse | aanvoegende wijs |
| heksend | onvoltooid, deelwoord |
| hekste | verleden tijd |
| te hebben gehekst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te heksen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heksen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehekst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehekst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehekst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehekst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehekst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehekst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heksen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehekst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord heks
Herkomst
afgeleid van heks met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van heksen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehekst | voltooid deelwoord | heksen |
| hekse | aanvoegende wijs | heksen |
| heksend | onvoltooid deelwoord | heksen |
| heksende | woordvorm | heksen |
| hekst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heksen |
| hekste | verleden tijd | heksen |
| heksten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | heksen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heksen zijn vastgelegd.