Naar de inhoud

harsten

braden, vlees verhitten in olie of vet

harsten is meer dan één woord

harsten

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈhɑrstə(n)/

Betekenis

  1. braden, vlees verhitten in olie of vet
  2. roosteren

Hoe spreek je harsten uit?

/ˈhɑrstən/

Harsten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɑrstən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɑ bad
r rood
s sok
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van harsten

harstenhele werkwoord — harstteverleden tijd enkelvoud — harsttenverleden tijd meervoud — geharstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik harst harstte
jij harst harstte
hij, zij, het harst harstte
wij harsten harstten
jullie harsten harstten
zij harsten harstten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geharst verleden tijd, deelwoord
geharst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geharst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geharst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geharst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geharst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geharst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geharst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geharst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geharst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
harst gebiedende wijs
harste aanvoegende wijs
harstend onvoltooid, deelwoord
harstte verleden tijd
heb geharst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geharst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geharst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geharst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te harsten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geharst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen harsten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geharst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geharst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geharst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geharst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geharst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geharst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen harsten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geharst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van harsen

Vervoeging van harsten

harstenhele werkwoord — harstteverleden tijd enkelvoud — harsttenverleden tijd meervoud — geharstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik harst harstte
jij harst harstte
hij, zij, het harst harstte
wij harsten harstten
jullie harsten harstten
zij harsten harstten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geharst verleden tijd, deelwoord
geharst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geharst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geharst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geharst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geharst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geharst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geharst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geharst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geharst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
harst gebiedende wijs
harste aanvoegende wijs
harstend onvoltooid, deelwoord
harstte verleden tijd
heb geharst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geharst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geharst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geharst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te harsten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geharst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen harsten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geharst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geharst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geharst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geharst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt harsten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geharst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geharst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geharst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen harsten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geharst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult harsten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord harst

Herkomst

van Middelnederlands harsten

Woordfamilie van harsten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geharst voltooid deelwoord harsten
geharste woordvorm harsten
harstend onvoltooid deelwoord harsten
harstende woordvorm harsten
harstte verleden tijd harsten
harstten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon harsten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harsten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over harsten

Hoe spreek ik harsten uit?
Zo spreek je harsten uit: /ˈhɑrstə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van harsten?
Harsten is een werkwoord. De betekenis is: braden, vlees verhitten in olie of vet. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik harsten?
Zo vervoeg je harsten zo: de tegenwoordige tijd is harst, de verleden tijd is harstte en het voltooid deelwoord is geharst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord harsten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

harsten levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

harsten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

harsten in het kort

harsten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van harsten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort harsten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

harsten: braden, vlees verhitten in olie of vet
Deel harsten — standaardnederlands.nl