harst
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een stuk vlees met rugwervel erin, rugstuk, lendestuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| harsten | meervoud |
| harstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| harstjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van harsten
- gebiedende wijs van harsten
Vervoeging van harst
harsthele werkwoord
Woordfamilie van harst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| harstje | verkleinwoord | harst |
| harstjes | verkleinwoord meervoud | harst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harst zijn vastgelegd.