Naar de inhoud

harpen

de harp bespelen

harpen is meer dan één woord

harpen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de harp bespelen
  2. zeven

Vervoeging van harpen

harpenhele werkwoord — harpteverleden tijd enkelvoud — harptenverleden tijd meervoud — geharptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik harp harpte
jij harpt harpte
hij, zij, het harpt harpte
wij harpen harpten
jullie harpen harpten
zij harpen harpten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geharpt verleden tijd, deelwoord
geharpt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geharpt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geharpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geharpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geharpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geharpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geharpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geharpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geharpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
harp gebiedende wijs
harpe aanvoegende wijs
harpend onvoltooid, deelwoord
harpte verleden tijd
heb geharpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geharpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geharpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geharpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geharpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geharpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te harpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geharpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen harpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geharpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geharpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geharpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal harpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal harpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal harpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geharpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geharpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geharpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou harpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou harpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou harpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geharpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geharpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geharpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden harpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden harpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden harpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geharpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt harpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geharpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geharpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geharpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen harpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen harpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen harpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen harpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geharpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult harpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord harp

Herkomst

afgeleid van harp met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van harpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geharpt voltooid deelwoord harpen
harpe aanvoegende wijs harpen
harpend onvoltooid deelwoord harpen
harpende woordvorm harpen
harpt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon harpen
harpte verleden tijd harpen
harpten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon harpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harpen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over harpen

Wat is de betekenis van harpen?
Harpen is een werkwoord. De betekenis is: de harp bespelen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik harpen?
Zo vervoeg je harpen zo: de tegenwoordige tijd is harp, de verleden tijd is harpte en het voltooid deelwoord is geharpt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord harpen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

harpen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

harpen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

harpen in het kort

harpen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van harpen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort harpen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

harpen: de harp bespelen
Deel harpen — standaardnederlands.nl