haren
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /ɦaːrən/Betekenis
- gemaakt van haar
Hoe spreek je haren uit?
/harən/
Haren bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
werkwoord
- haar verliezen intransitive
- een zeis of zicht scherpen (met een haarhamer en haarspit) transitive
Vervoeging van haren
harenhele werkwoord — haardeverleden tijd enkelvoud — haardenverleden tijd meervoud — gehaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | haar | haarde |
| jij | haart | haarde |
| hij, zij, het | haart | haarde |
| wij | haren | haarden |
| jullie | haren | haarden |
| zij | haren | haarden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gehaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehaard | verleden tijd, deelwoord |
| gehaard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehaard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehaard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehaard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehaard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehaard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehaard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehaard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| haar | gebiedende wijs |
| haarde | verleden tijd |
| had gehaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hare | aanvoegende wijs |
| harend | onvoltooid, deelwoord |
| heb gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te haren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gehaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen haren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gehaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gehaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gehaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gehaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gehaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gehaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gehaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gehaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gehaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gehaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gehaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gehaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gehaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gehaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gehaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal haren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal haren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal haren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou haren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou haren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou haren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden haren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden haren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden haren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt haren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen haren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen haren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen haren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen haren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult haren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord haar
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hare
Herkomst
In de betekenis van ‘een zeis scherpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1343
Woordfamilie van haren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehaard | voltooid deelwoord | haren |
| gehaarde | woordvorm | haren |
| haarde | verleden tijd | haren |
| haart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | haren |
| harend | onvoltooid deelwoord | haren |
| harende | woordvorm | haren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haren zijn vastgelegd.