Naar de inhoud

harden

hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren

harden

werkwoord

Betekenis

  1. hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
  2. psychisch of lichamelijk tegen moeilijkheden bestand maken
  3. het, iets ~ iets verduren
  4. het proces van hard worden van een hars, lijm enz
  5. zich ~; zichzelf meer weerstand verschaffen

Vervoeging van harden

hardenhele werkwoord — harddeverleden tijd enkelvoud — harddenverleden tijd meervoud — gehardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hard hardde
jij hardt hardde
hij, zij, het hardt hardde
wij harden hardden
jullie harden hardden
zij harden hardden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehard verleden tijd, deelwoord
gehard te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehard te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehard te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehard te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehard worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehard zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehard zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehard zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hard gebiedende wijs
hard me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hard u/je , hardt je gebiedende wijs
hardde verleden tijd
hardde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hardde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
hardde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hardde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hardde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
hardde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hardde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hardden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hardden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
hardden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
harde aanvoegende wijs
harde zich aanvoegende wijs
harden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
harden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
harden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hardend onvoltooid, deelwoord
hardt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hardt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hardt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hardt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hardt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hardt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
heb gehard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gehard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te harden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen harden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehard voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal harden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal harden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal harden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me harden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich harden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je harden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gehard hebben verleden tijd
zich hardend onvoltooid, deelwoord
zijn gehard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou harden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou harden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou harden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden harden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden harden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden harden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt harden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordfamilie van harden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hardde verleden tijd harden
hardden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon harden
hardend onvoltooid deelwoord harden
hardende woordvorm harden
hardt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon harden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over harden

Wat betekent harden?
Harden is een werkwoord. Het woord betekent: hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je harden?
Je vervoegt harden als volgt: de tegenwoordige tijd is hard, de verleden tijd is hardde en het voltooid deelwoord is gehard. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord harden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

harden levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

harden telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

harden in het kort

harden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van harden zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort harden bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

harden: hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
Deel harden — standaardnederlands.nl