handtekenen
werkwoord ˈhɑntekənə(n)Betekenis
- tekenen uit de vrije hand
- zijn handtekening plaatsen
Hoe spreek je handtekenen uit?
/ˈhɑntekənən/
Handtekenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van handtekenen
handtekenenhele werkwoord — handtekendeverleden tijd enkelvoud — handtekendenverleden tijd meervoud — (gehandtekend) *voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | handteken | handtekende |
| jij | handtekent | handtekende |
| hij, zij, het | handtekent | handtekende |
| wij | handtekenen | handtekenden |
| jullie | handtekenen | handtekenden |
| zij | handtekenen | handtekenden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (gehandtekend) * | verleden tijd, deelwoord |
| (handtekende) * | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehandtekend | verleden tijd, deelwoord |
| gehandtekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehandtekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehandtekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehandtekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehandtekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehandtekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehandtekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehandtekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehandtekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| handteken | gebiedende wijs |
| handtekene | aanvoegende wijs |
| handtekenend | onvoltooid, deelwoord |
| heb gehandtekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehandtekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehandtekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehandtekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehandtekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehandtekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehandtekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehandtekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te handtekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gehandtekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen handtekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehandtekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehandtekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehandtekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehandtekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehandtekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehandtekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehandtekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehandtekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehandtekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehandtekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehandtekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehandtekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehandtekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen handtekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehandtekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult handtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van hand zn en tekenen ww
Woordfamilie van handtekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handtekende | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | handtekenen |
| handtekenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | handtekenen |
| handtekene | aanvoegende wijs | handtekenen |
| handtekenend | onvoltooid deelwoord | handtekenen |
| handtekenende | woordvorm | handtekenen |
| handtekent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | handtekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handtekenen zijn vastgelegd.