hamsteren
werkwoordBetekenis
- een voorraad aanleggen bij voedselschaarste
Vervoeging van hamsteren
hamsterenhele werkwoord — hamsterdeverleden tijd enkelvoud — hamsterdenverleden tijd meervoud — gehamsterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hamster | hamsterde |
| jij | hamstert | hamsterde |
| hij, zij, het | hamstert | hamsterde |
| wij | hamsteren | hamsterden |
| jullie | hamsteren | hamsterden |
| zij | hamsteren | hamsterden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gehamsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehamsterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehamsterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehamsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehamsterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehamsterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehamsterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehamsterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehamsterd | verleden tijd, deelwoord |
| gehamsterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehamsterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehamsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehamsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehamsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehamsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehamsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehamsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehamsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hamster | gebiedende wijs |
| hamsterde | verleden tijd |
| hamstere | aanvoegende wijs |
| hamsterend | onvoltooid, deelwoord |
| heb gehamsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehamsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehamsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehamsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehamsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehamsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehamsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehamsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hamsteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gehamsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hamsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gehamsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehamsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehamsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gehamsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehamsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehamsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehamsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehamsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehamsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehamsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehamsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehamsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehamsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hamsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehamsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hamsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘voorraden inslaan voor tijden van schaarste’ voor het eerst aangetroffen in 1917
Woordfamilie van hamsteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehamsterd | voltooid deelwoord | hamsteren |
| gehamsterde | woordvorm | hamsteren |
| hamsterde | verleden tijd | hamsteren |
| hamsterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hamsteren |
| hamstere | aanvoegende wijs | hamsteren |
| hamsterend | onvoltooid deelwoord | hamsteren |
| hamsterende | woordvorm | hamsteren |
| hamstert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hamsteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hamsteren zijn vastgelegd.