hamster
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- klein knaagdiertje dat als huisdier gehouden kan worden
- hamster
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Cricetus cricetus, klein knaagdiertje dat als huisdier gehouden kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hamsters | meervoud |
| hamstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hamstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hamsteren
- gebiedende wijs van hamsteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hamsteren
Vervoeging van hamster
hamsterhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in 1515
Woordfamilie van hamster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hamstertje | verkleinwoord | hamster |
| hamstertjes | verkleinwoord meervoud | hamster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hamster zijn vastgelegd.