Naar de inhoud

halsteren

een halster omdoen

halsteren

werkwoord

Betekenis

  1. een halster omdoen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van halsteren

halsterenhele werkwoord — halsterdeverleden tijd enkelvoud — halsterdenverleden tijd meervoud — gehalsterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik halster halsterde
jij halstert halsterde
hij, zij, het halstert halsterde
wij halsteren halsterden
jullie halsteren halsterden
zij halsteren halsterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehalsterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehalsterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehalsterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehalsterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehalsterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehalsterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehalsterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehalsterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehalsterd verleden tijd, deelwoord
gehalsterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehalsterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehalsterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehalsterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehalsterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehalsterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehalsterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehalsterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehalsterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehalsterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehalsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehalsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehalsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehalsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehalsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehalsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehalsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
halster gebiedende wijs
halsterde verleden tijd
halstere aanvoegende wijs
halsterend onvoltooid, deelwoord
heb gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehalsterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te halsteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehalsterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen halsteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehalsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehalsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehalsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehalsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehalsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehalsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehalsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehalsterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehalsterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehalsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehalsterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehalsterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehalsterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal halsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal halsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal halsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehalsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehalsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehalsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehalsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehalsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehalsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehalsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou halsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou halsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou halsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehalsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehalsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehalsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehalsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehalsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehalsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden halsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden halsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden halsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehalsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehalsterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt halsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehalsterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehalsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehalsterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehalsterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehalsterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehalsterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen halsteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen halsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen halsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen halsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehalsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehalsterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehalsterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult halsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van halsteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehalsterd voltooid deelwoord halsteren
gehalsterde woordvorm halsteren
halsterde verleden tijd halsteren
halsterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon halsteren
halstere aanvoegende wijs halsteren
halsterend onvoltooid deelwoord halsteren
halsterende woordvorm halsteren
halstert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon halsteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van halsteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over halsteren

Wat betekent halsteren?
Halsteren is een werkwoord. Het woord betekent: een halster omdoen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je halsteren?
Je vervoegt halsteren als volgt: de tegenwoordige tijd is halster, de verleden tijd is halsterde en het voltooid deelwoord is gehalsterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord halsteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

halsteren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

halsteren in het kort

halsteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van halsteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort halsteren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

halsteren: een halster omdoen
Deel halsteren — standaardnederlands.nl