Naar de inhoud

hagen

zinnen

hagen is meer dan één woord

hagen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zinnen
  2. met een haag omgeven

Vervoeging van hagen

hagenhele werkwoord — haagdeverleden tijd enkelvoud — haagdenverleden tijd meervoud — gehaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haag haagde
jij haagt haagde
hij, zij, het haagt haagde
wij hagen haagden
jullie hagen haagden
zij hagen haagden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehaagd verleden tijd, deelwoord
gehaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
haag gebiedende wijs
haagde verleden tijd
had gehaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hage aanvoegende wijs
hagend onvoltooid, deelwoord
heb gehaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord haag

Woordfamilie van hagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehaagd voltooid deelwoord hagen
haagde verleden tijd hagen
haagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hagen
hage aanvoegende wijs hagen
hagend onvoltooid deelwoord hagen
hagende woordvorm hagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hagen

Wat betekent hagen?
Hagen is een werkwoord. Het woord betekent: zinnen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hagen?
Je vervoegt hagen als volgt: de tegenwoordige tijd is haag, de verleden tijd is haagde en het voltooid deelwoord is gehaagd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hagen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hagen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hagen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hagen in het kort

hagen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hagen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hagen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hagen: zinnen
Deel hagen — standaardnederlands.nl