guillocheren
werkwoordBetekenis
- ter versiering van een netwerk van krommen voorzien
Vervoeging van guillocheren
guillocherenhele werkwoord — guillocheerdeverleden tijd enkelvoud — guillocheerdenverleden tijd meervoud — geguillocheerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | guillocheer | guillocheerde |
| jij | guillocheert | guillocheerde |
| hij, zij, het | guillocheert | guillocheerde |
| wij | guillocheren | guillocheerden |
| jullie | guillocheren | guillocheerden |
| zij | guillocheren | guillocheerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geguillocheerd | verleden tijd, deelwoord |
| geguillocheerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geguillocheerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| guillocheer | gebiedende wijs |
| guillocheerde | verleden tijd |
| guillochere | aanvoegende wijs |
| guillocherend | onvoltooid, deelwoord |
| had geguillocheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geguillocheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geguillocheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geguillocheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geguillocheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geguillocheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geguillocheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geguillocheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geguillocheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geguillocheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geguillocheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geguillocheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geguillocheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geguillocheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geguillocheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te guillocheren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geguillocheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen guillocheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geguillocheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geguillocheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geguillocheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geguillocheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geguillocheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geguillocheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geguillocheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geguillocheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geguillocheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geguillocheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geguillocheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geguillocheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geguillocheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen guillocheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geguillocheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult guillocheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse guillocher (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van guillocheren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geguillocheerd | voltooid deelwoord | guillocheren |
| geguillocheerde | woordvorm | guillocheren |
| guillocheer | gebiedende wijs | guillocheren |
| guillocheerde | verleden tijd | guillocheren |
| guillocheerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | guillocheren |
| guillocheert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | guillocheren |
| guillochere | aanvoegende wijs | guillocheren |
| guillocherend | onvoltooid deelwoord | guillocheren |
| guillocherende | woordvorm | guillocheren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van guillocheren zijn vastgelegd.