Naar de inhoud

grosseren

overschrijven of in hanteerbare vorm overbrengen

grosseren

werkwoord

Betekenis

  1. overschrijven of in hanteerbare vorm overbrengen

Vervoeging van grosseren

grosserenhele werkwoord — grosseerdeverleden tijd enkelvoud — grosseerdenverleden tijd meervoud — gegrosseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik grosseer grosseerde
jij grosseert grosseerde
hij, zij, het grosseert grosseerde
wij grosseren grosseerden
jullie grosseren grosseerden
zij grosseren grosseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegrosseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegrosseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegrosseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegrosseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegrosseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegrosseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegrosseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegrosseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegrosseerd verleden tijd, deelwoord
gegrosseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegrosseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegrosseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrosseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrosseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrosseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegrosseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegrosseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegrosseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegrosseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
grosseer gebiedende wijs
grosseerde verleden tijd
grossere aanvoegende wijs
grosserend onvoltooid, deelwoord
had gegrosseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegrosseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegrosseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegrosseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegrosseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegrosseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegrosseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrosseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te grosseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegrosseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grosseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegrosseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegrosseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegrosseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegrosseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegrosseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegrosseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegrosseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegrosseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegrosseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrosseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegrosseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegrosseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrosseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grosseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grosseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grosseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegrosseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegrosseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrosseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrosseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrosseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrosseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrosseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grosseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grosseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grosseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegrosseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrosseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrosseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegrosseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrosseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrosseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grosseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grosseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grosseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegrosseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegrosseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grosseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegrosseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrosseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrosseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegrosseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrosseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrosseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grosseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grosseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grosseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grosseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegrosseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegrosseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegrosseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult grosseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse grossir (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van grosseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegrosseerd voltooid deelwoord grosseren
gegrosseerde woordvorm grosseren
grosseer gebiedende wijs grosseren
grosseerde verleden tijd grosseren
grosseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon grosseren
grosseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon grosseren
grossere aanvoegende wijs grosseren
grosserend onvoltooid deelwoord grosseren
grosserende woordvorm grosseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grosseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over grosseren

Wat is de betekenis van grosseren?
Grosseren is een werkwoord. De betekenis is: overschrijven of in hanteerbare vorm overbrengen.
Hoe vervoeg ik grosseren?
Zo vervoeg je grosseren zo: de tegenwoordige tijd is grosseer, de verleden tijd is grosseerde en het voltooid deelwoord is gegrosseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord grosseren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

grosseren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

grosseren in het kort

grosseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van grosseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort grosseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

grosseren: overschrijven of in hanteerbare vorm overbrengen
Deel grosseren — standaardnederlands.nl