Naar de inhoud

groeperen

in groepen stellen

groeperen

werkwoord

Betekenis

  1. in groepen stellen

Vervoeging van groeperen

groeperenhele werkwoord — groepeerdeverleden tijd enkelvoud — groepeerdenverleden tijd meervoud — gegroepeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik groepeer groepeerde
jij groepeert groepeerde
hij, zij, het groepeert groepeerde
wij groeperen groepeerden
jullie groeperen groepeerden
zij groeperen groepeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegroepeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegroepeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegroepeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegroepeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegroepeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegroepeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegroepeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegroepeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegroepeerd verleden tijd, deelwoord
gegroepeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegroepeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegroepeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegroepeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegroepeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegroepeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegroepeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegroepeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegroepeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegroepeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
groepeer gebiedende wijs
groepeerde verleden tijd
groepere aanvoegende wijs
groeperend onvoltooid, deelwoord
had gegroepeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegroepeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegroepeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegroepeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegroepeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegroepeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegroepeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegroepeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te groeperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegroepeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen groeperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegroepeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegroepeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegroepeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegroepeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegroepeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegroepeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegroepeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegroepeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegroepeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegroepeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegroepeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegroepeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegroepeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal groeperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal groeperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal groeperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegroepeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegroepeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegroepeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegroepeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegroepeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegroepeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegroepeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou groeperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou groeperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou groeperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegroepeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegroepeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegroepeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegroepeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegroepeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegroepeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden groeperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden groeperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden groeperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegroepeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegroepeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt groeperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegroepeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegroepeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegroepeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegroepeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegroepeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegroepeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen groeperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen groeperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen groeperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen groeperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegroepeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegroepeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegroepeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult groeperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse grouper (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van groeperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegroepeerd voltooid deelwoord groeperen
gegroepeerde woordvorm groeperen
groepeer gebiedende wijs groeperen
groepeerde verleden tijd groeperen
groepeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon groeperen
groepeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon groeperen
groepere aanvoegende wijs groeperen
groeperend onvoltooid deelwoord groeperen
groeperende woordvorm groeperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groeperen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over groeperen

Wat is de betekenis van groeperen?
Groeperen is een werkwoord. De betekenis is: in groepen stellen.
Hoe vervoeg ik groeperen?
Zo vervoeg je groeperen zo: de tegenwoordige tijd is groepeer, de verleden tijd is groepeerde en het voltooid deelwoord is gegroepeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord groeperen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. E 1
  5. P 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

groeperen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. E 1
  5. P 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

groeperen in het kort

groeperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van groeperen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort groeperen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

groeperen: in groepen stellen
Deel groeperen — standaardnederlands.nl