groepering
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groep mensen met een gedeelde overtuiging of mening
- het groeperen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| groeperingen | meervoud |
| groeperinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| groeperinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van groeperen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van groepering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groeperingen | meervoud | groepering |
| groeperinkje | verkleinwoord | groepering |
| groeperinkjes | verkleinwoord meervoud | groepering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groepering zijn vastgelegd.