grijzen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- grijs worden, grijze haren krijgen
Vervoeging van grijzen
grijzenhele werkwoord — grijsdeverleden tijd enkelvoud — grijsdenverleden tijd meervoud — gegrijsdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | grijs | grijsde |
| jij | grijst | grijsde |
| hij, zij, het | grijst | grijsde |
| wij | grijzen | grijsden |
| jullie | grijzen | grijsden |
| zij | grijzen | grijsden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegrijsd | verleden tijd, deelwoord |
| gegrijsd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegrijsd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| grijs | gebiedende wijs |
| grijsde | verleden tijd |
| grijze | aanvoegende wijs |
| grijzend | onvoltooid, deelwoord |
| is gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te grijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gegrijsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen grijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gegrijsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegrijsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gegrijsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegrijsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegrijsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gegrijsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gegrijsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gegrijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegrijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegrijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gegrijsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegrijsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gegrijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegrijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegrijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegrijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegrijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegrijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegrijsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegrijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegrijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegrijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen grijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegrijsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult grijzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord grijs
Herkomst
Afgeleid van grijs.
Woordfamilie van grijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegrijsd | voltooid deelwoord | grijzen |
| gegrijsde | woordvorm | grijzen |
| grijsde | verleden tijd | grijzen |
| grijsden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | grijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grijzen zijn vastgelegd.