grijswit
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een kleur tussen grijs en wit met RAL-nummer 9002.
- deze kleur hebbend, een kleur tussen grijs en wit, met RAL-nummer 9002.
zelfstandig naamwoord — neuter
- tint tussen grijs en wit met RAL-nummer 9002 ( ). no-plural
bijvoeglijk naamwoord
- in een tint tussen grijs en wit met RAL-nummer 9002 ( ).
Herkomst
samenstelling van grijs en wit
Woordfamilie van grijswit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grijswits | woordvorm | grijswit |
| grijswitst | woordvorm | grijswit |
| grijswitste | woordvorm | grijswit |
| grijswitte | woordvorm | grijswit |
| grijswitten | meervoud | grijswit |
| grijswitter | woordvorm | grijswit |
| grijswittere | woordvorm | grijswit |
| grijswitters | woordvorm | grijswit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grijswit zijn vastgelegd.