Naar de inhoud

griezelen

gevoelens van angst en afkeer ervaren

griezelen

werkwoord

Betekenis

  1. gevoelens van angst en afkeer ervaren
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van griezelen

griezelenhele werkwoord — griezeldeverleden tijd enkelvoud — griezeldenverleden tijd meervoud — gegriezeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik griezel griezelde
jij griezelt griezelde
hij, zij, het griezelt griezelde
wij griezelen griezelden
jullie griezelen griezelden
zij griezelen griezelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gegriezeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegriezeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegriezeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegriezeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegriezeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegriezeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegriezeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegriezeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegriezeld verleden tijd, deelwoord
gegriezeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegriezeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
griezel gebiedende wijs
griezelde verleden tijd
griezele aanvoegende wijs
griezelend onvoltooid, deelwoord
had gegriezeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegriezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegriezeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegriezeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegriezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegriezeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegriezeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegriezeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegriezeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegriezeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegriezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegriezeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegriezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegriezeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegriezeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te griezelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegriezeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen griezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegriezeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegriezeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegriezeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal griezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal griezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal griezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegriezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegriezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegriezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou griezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou griezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou griezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegriezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegriezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegriezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden griezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden griezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden griezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegriezeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt griezelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegriezeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegriezeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegriezeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen griezelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen griezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen griezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen griezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegriezeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult griezelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘ijzen’ voor het eerst aangetroffen in 1434

Woordfamilie van griezelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegriezeld voltooid deelwoord griezelen
griezelde verleden tijd griezelen
griezelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon griezelen
griezele aanvoegende wijs griezelen
griezelend onvoltooid deelwoord griezelen
griezelende woordvorm griezelen
griezelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon griezelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van griezelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over griezelen

Wat is de betekenis van griezelen?
Griezelen is een werkwoord. De betekenis is: gevoelens van angst en afkeer ervaren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik griezelen?
Zo vervoeg je griezelen zo: de tegenwoordige tijd is griezel, de verleden tijd is griezelde en het voltooid deelwoord is gegriezeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord griezelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. E 1
  5. Z 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

griezelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 2
  4. E 1
  5. Z 5
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

griezelen in het kort

griezelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van griezelen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort griezelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

griezelen: gevoelens van angst en afkeer ervaren
Deel griezelen — standaardnederlands.nl