graveren
werkwoordBetekenis
- met een scherp gereedschap een tekening of tekst krassen in glas of metaal
Vervoeging van graveren
graverenhele werkwoord — graveerdeverleden tijd enkelvoud — graveerdenverleden tijd meervoud — gegraveerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | graveer | graveerde |
| jij | graveert | graveerde |
| hij, zij, het | graveert | graveerde |
| wij | graveren | graveerden |
| jullie | graveren | graveerden |
| zij | graveren | graveerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gegraveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegraveerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegraveerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegraveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegraveerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegraveerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegraveerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegraveerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegraveerd | verleden tijd, deelwoord |
| gegraveerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegraveerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| graveer | gebiedende wijs |
| graveerde | verleden tijd |
| gravere | aanvoegende wijs |
| graverend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegraveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegraveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegraveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegraveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegraveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegraveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegraveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegraveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegraveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegraveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegraveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegraveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegraveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegraveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegraveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te graveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegraveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen graveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gegraveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegraveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegraveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal graveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal graveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal graveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegraveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegraveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegraveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou graveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou graveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou graveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegraveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegraveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegraveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden graveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden graveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden graveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegraveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt graveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegraveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegraveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegraveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen graveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen graveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen graveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen graveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegraveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult graveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘figuren inkrassen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van graveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegraveerd | voltooid deelwoord | graveren |
| gegraveerde | woordvorm | graveren |
| graveer | gebiedende wijs | graveren |
| graveerde | verleden tijd | graveren |
| graveerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | graveren |
| graveert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | graveren |
| gravere | aanvoegende wijs | graveren |
| graverend | onvoltooid deelwoord | graveren |
| graverende | woordvorm | graveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van graveren zijn vastgelegd.