graver
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die graaft of iets waarmee men kan graven
- graveren, uitbeitelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gravers | meervoud |
| gravertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gravertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van graven met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van graver
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gravers | meervoud | graver |
| gravertjes | verkleinwoord meervoud | graver |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van graver zijn vastgelegd.