Naar de inhoud

gloren

zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad)

gloren

werkwoord

Betekenis

  1. zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad)
  2. aanbreken
  3. beginnen te verschijnen of gerealiseerd worden

Vervoeging van gloren

glorenhele werkwoord — gloordeverleden tijd enkelvoud — gloordenverleden tijd meervoud — gegloordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gloor gloorde
jij gloort gloorde
hij, zij, het gloort gloorde
wij gloren gloorden
jullie gloren gloorden
zij gloren gloorden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gegloord verleden tijd, deelwoord
gegloord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegloord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gloor gebiedende wijs
gloorde verleden tijd
glore aanvoegende wijs
glorend onvoltooid, deelwoord
had gegloord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegloord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegloord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegloord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegloord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegloord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegloord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegloord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegloord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegloord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegloord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegloord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegloord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegloord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegloord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gloren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegloord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gloren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegloord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegloord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegloord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gloren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gloren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gloren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegloord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegloord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegloord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gloren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gloren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gloren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegloord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegloord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegloord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gloren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gloren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gloren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegloord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gloren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegloord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegloord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegloord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gloren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gloren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gloren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gloren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegloord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gloren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘lichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1611

Woordfamilie van gloren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegloord voltooid deelwoord gloren
gloor gebiedende wijs gloren
gloorde verleden tijd gloren
gloorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gloren
gloort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gloren
glore aanvoegende wijs gloren
glorend onvoltooid deelwoord gloren
glorende woordvorm gloren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gloren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over gloren

Wat betekent gloren?
Gloren is een werkwoord. Het woord betekent: zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad). Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gloren?
Je vervoegt gloren als volgt: de tegenwoordige tijd is gloor, de verleden tijd is gloorde en het voltooid deelwoord is gegloord. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gloren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gloren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gloren telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gloren in het kort

gloren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gloren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gloren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gloren: zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad)
Deel gloren — standaardnederlands.nl