gloria
zelfstandig naamwoord ˈɣlorijaBetekenis
- (rooms-katholiek) gezang van de engelen bij Christus' geboorte en bepaald deel van de mis, waarbij vaak gezongen wordt
- glansrijke roem
- lichtkrans om het hoofd
- warme alcoholische drank met suiker
- die men brandend serveert
- roem
- glorie, heerlijkheid
- roem, beroemdheid
- eer, trots
- vreugde, genot
Hoe spreek je gloria uit?
/ˈxlorija/
Gloria bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| l | land |
| o | boot |
| r | rood |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- gezang van de engelen bij Christus' geboorte en bepaald deel van de mis, waarbij vaak gezongen wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gloria's | meervoud |
| gloriaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gloriaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Latijn gloria
Woordfamilie van gloria
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gloria's | meervoud | gloria |
| gloriaatje | verkleinwoord | gloria |
| gloriaatjes | verkleinwoord meervoud | gloria |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gloria zijn vastgelegd.