Naar de inhoud

glazuren

met een laag glazuur bedekken

glazuren is meer dan één woord

glazuren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met een laag glazuur bedekken
  2. met een laag glanzende suiker bedekken

Vervoeging van glazuren

glazurenhele werkwoord — glazuurdeverleden tijd enkelvoud — glazuurdenverleden tijd meervoud — geglazuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik glazuur glazuurde
jij glazuurt glazuurde
hij, zij, het glazuurt glazuurde
wij glazuren glazuurden
jullie glazuren glazuurden
zij glazuren glazuurden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geglazuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geglazuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geglazuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geglazuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geglazuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geglazuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geglazuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geglazuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geglazuurd verleden tijd, deelwoord
geglazuurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geglazuurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geglazuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geglazuurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geglazuurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geglazuurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geglazuurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geglazuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geglazuurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geglazuurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
glazure aanvoegende wijs
glazurend onvoltooid, deelwoord
glazuur gebiedende wijs
glazuurde verleden tijd
had geglazuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geglazuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geglazuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geglazuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geglazuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geglazuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geglazuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglazuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te glazuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geglazuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen glazuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geglazuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geglazuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geglazuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geglazuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geglazuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geglazuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geglazuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geglazuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geglazuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geglazuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geglazuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal glazuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal glazuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal glazuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geglazuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geglazuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geglazuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geglazuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geglazuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geglazuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou glazuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou glazuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou glazuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geglazuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geglazuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geglazuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geglazuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geglazuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden glazuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden glazuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden glazuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geglazuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt glazuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geglazuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geglazuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geglazuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geglazuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geglazuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen glazuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen glazuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen glazuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen glazuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geglazuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult glazuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord glazuur

Woordfamilie van glazuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
glazure aanvoegende wijs glazuren
glazurend onvoltooid deelwoord glazuren
glazurende woordvorm glazuren
glazuurde verleden tijd glazuren
glazuurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon glazuren
glazuurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon glazuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glazuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over glazuren

Wat betekent glazuren?
Glazuren is een werkwoord. Het woord betekent: met een laag glazuur bedekken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je glazuren?
Je vervoegt glazuren als volgt: de tegenwoordige tijd is glazuur, de verleden tijd is glazuurde en het voltooid deelwoord is geglazuurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord glazuren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. Z 4
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

glazuren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. Z 5
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

glazuren in het kort

glazuren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van glazuren zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort glazuren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

glazuren: met een laag glazuur bedekken
Deel glazuren — standaardnederlands.nl