Naar de inhoud

gissen

een vermoeden uitspreken over iets

gissen is meer dan één woord

gissen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een vermoeden uitspreken over iets

Vervoeging van gissen

gissenhele werkwoord — gisteverleden tijd enkelvoud — gistenverleden tijd meervoud — gegistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gis giste
jij gist giste
hij, zij, het gist giste
wij gissen gisten
jullie gissen gisten
zij gissen gisten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gegist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegist verleden tijd, deelwoord
gegist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gis gebiedende wijs
gisse aanvoegende wijs
gissend onvoltooid, deelwoord
giste verleden tijd
had gegist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gissen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gissen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gissen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord gis

Herkomst

In de betekenis van ‘raden’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Woordfamilie van gissen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegiste woordvorm gissen
gissend onvoltooid deelwoord gissen
gissende woordvorm gissen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gissen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gissen

Wat is de betekenis van gissen?
Gissen is een werkwoord. De betekenis is: een vermoeden uitspreken over iets.
Hoe vervoeg ik gissen?
Zo vervoeg je gissen zo: de tegenwoordige tijd is gis, de verleden tijd is giste en het voltooid deelwoord is gegist. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met gissen

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gissen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gissen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gissen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gissen in het kort

gissen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van gissen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gissen bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gissen: een vermoeden uitspreken over iets
Deel gissen — standaardnederlands.nl