gierstgras
zelfstandig naamwoordBetekenis
- waarvan de soorten sierlijk neerhangende bloempluimen hebben
zelfstandig naamwoord — neuter
- een geslacht Milium uit de grassenfamilie (Poaceae). De soorten komen voor in Europa, Afrika, gematigd en tropisch Azië en Noord-Amerika
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gierstgrasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gierstgrasjes | verkleinwoord, meervoud |
| gierstgrassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gierst zn en gras zn
Woordfamilie van gierstgras
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gierstgrasje | verkleinwoord | gierstgras |
| gierstgrassen | meervoud | gierstgras |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gierstgras zijn vastgelegd.