gewest
zelfstandig naamwoordBetekenis
- landstreek
- een benaming voor een landsheerlijk gebied in de w:Lage Landen|Lage Landen (Nederland en België) en als zodanig een voorloper van de huidige provincie
- afdeling van een vereniging, departement
- een gebiedsgebonden overheid in België dat kan worden gezien als een deelstaat of regio
- een organisatie in Nederland die bedoeld is om gemeenteoverstijgende beheerstaken en beleidstaken uit te voeren
zelfstandig naamwoord — neuter
- een benaming voor een landsheerlijk gebied in de Lage Landen (Nederland en België) en als zodanig een voorloper van de huidige provincie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gewesten | meervoud |
| gewestje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gewestjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘landstreek’ voor het eerst aangetroffen in 1564
Woordfamilie van gewest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewesten | meervoud | gewest |
| gewestje | verkleinwoord | gewest |
| gewestjes | verkleinwoord meervoud | gewest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gewest zijn vastgelegd.