gevangenzetten
werkwoordBetekenis
- in een gevangenis opsluiten
Vervoeging van gevangenzetten
gevangenzettenhele werkwoord — zette gevangenverleden tijd enkelvoud — zetten gevangenverleden tijd meervoud — gevangengezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet gevangen | zette gevangen |
| jij | zet gevangen | zette gevangen |
| hij, zij, het | zet gevangen | zette gevangen |
| wij | zetten gevangen | zetten gevangen |
| jullie | zetten gevangen | zetten gevangen |
| zij | zetten gevangen | zetten gevangen |
Alle 105 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gevangengezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevangengezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevangengezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevangengezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevangengezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevangengezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevangengezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevangengezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevangen te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangen te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangen zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| gevangen zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangen zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| gevangen zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| gevangengezet | verleden tijd, deelwoord |
| gevangengezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangengezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangengezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangengezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangengezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangenzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| gevangenzette | bijzin, verleden tijd |
| gevangenzettend | onvoltooid, deelwoord |
| had gevangengezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevangengezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevangengezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevangengezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevangengezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangengezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevangengezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gevangenzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevangengezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gevangenzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet gevangen | gebiedende wijs |
| zette gevangen | verleden tijd |
| zijn gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevangengezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevangenzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) gevangenzetten gevangen zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangengezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gevangenzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gevangenzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangengezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangenzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gevangenzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gevangenzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal gevangenzetten gevangen zult/zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van gevangenzetten
Vervoeging van gevangenzetten
gevangenzettenhele werkwoord — zette gevangenverleden tijd enkelvoud — zetten gevangenverleden tijd meervoud — gevangengezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet gevangen | zette gevangen |
| jij | zet gevangen | zette gevangen |
| hij, zij, het | zet gevangen | zette gevangen |
| wij | zetten gevangen | zetten gevangen |
| jullie | zetten gevangen | zetten gevangen |
| zij | zetten gevangen | zetten gevangen |
Alle 105 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gevangengezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevangengezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevangengezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevangengezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevangengezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevangengezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevangengezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevangengezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevangen te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangen te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangen zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| gevangen zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| gevangen zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangen zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| gevangen zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| gevangengezet | verleden tijd, deelwoord |
| gevangengezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevangengezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangengezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevangengezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangengezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangengezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevangenzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| gevangenzette | bijzin, verleden tijd |
| gevangenzettend | onvoltooid, deelwoord |
| had gevangengezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevangengezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevangengezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevangengezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevangengezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangengezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevangengezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gevangenzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevangengezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevangengezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevangengezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gevangenzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet gevangen | gebiedende wijs |
| zette gevangen | verleden tijd |
| zijn gevangengezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevangengezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevangenzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) gevangenzetten gevangen zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangengezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gevangenzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt gevangengezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gevangenzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangengezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangengezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevangenzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gevangenzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult gevangengezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevangenzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gevangenzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal gevangenzetten gevangen zult/zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van gevang en zetten met het invoegsel -en-
Woordfamilie van gevangenzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevangengezet | voltooid deelwoord | gevangenzetten |
| gevangengezette | woordvorm | gevangenzetten |
| gevangenzet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | gevangenzetten |
| gevangenzette | subordinate-clause, verleden tijd | gevangenzetten |
| gevangenzettend | onvoltooid deelwoord | gevangenzetten |
| gevangenzettende | woordvorm | gevangenzetten |
| zet gevangen | gebiedende wijs | gevangenzetten |
| zette gevangen | verleden tijd | gevangenzetten |
| zetten gevangen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | gevangenzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gevangenzetten zijn vastgelegd.