getuige
zelfstandig naamwoord, voorzetsel, werkwoord ɣəˈtœyɣəBetekenis
- iemand die een gebeurtenis heeft meegemaak of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
- kondigt de grondslag aan waarop een uitspraak gedaan wordt
Hoe spreek je getuige uit?
/xəˈtœyxə/
Getuige bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| t | tak |
| œy | huis |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- iemand die een gebeurtenis heeft meegemaakt of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| getuigen | meervoud |
| getuigetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| getuigetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van getuigen
Vervoeging van getuige
getuigehele werkwoord
Woordfamilie van getuige
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getuigetje | verkleinwoord | getuige |
| getuigetjes | verkleinwoord meervoud | getuige |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van getuige zijn vastgelegd.