Naar de inhoud

geselen

iemand met een zweep of gesel tuchtigen

geselen is meer dan één woord

geselen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ɣesələ(n)/

Betekenis

  1. iemand met een zweep of gesel tuchtigen

Hoe spreek je geselen uit?

/xesələn/

Geselen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /xesələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
e veel
s sok
ə de
l land
n nek

Vervoeging van geselen

geselenhele werkwoord — geseldeverleden tijd enkelvoud — geseldenverleden tijd meervoud — gegeseldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gesel geselde
jij geselt geselde
hij, zij, het geselt geselde
wij geselen geselden
jullie geselen geselden
zij geselen geselden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegeseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegeseld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegeseld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegeseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegeseld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegeseld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegeseld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegeseld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegeseld verleden tijd, deelwoord
gegeseld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegeseld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegeseld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegeseld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegeseld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegeseld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegeseld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegeseld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegeseld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegeseld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesel gebiedende wijs
geselde verleden tijd
gesele aanvoegende wijs
geselend onvoltooid, deelwoord
had gegeseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegeseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegeseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegeseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegeseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegeseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegeseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegeseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te geselen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegeseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen geselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegeseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegeseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegeseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegeseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegeseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegeseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegeseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegeseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegeseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegeseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegeseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegeseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegeseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegeseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegeseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegeseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegeseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegeseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegeseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegeseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegeseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegeseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegeseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegeseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegeseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal geselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal geselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegeseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegeseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegeseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegeseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegeseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegeseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegeseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou geselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou geselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegeseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegeseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegeseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegeseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegeseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegeseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegeseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegeseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegeseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegeseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegeseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegeseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegeseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegeseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen geselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegeseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegeseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegeseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord gesel

Woordfamilie van geselen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegeseld voltooid deelwoord geselen
gegeselde woordvorm geselen
geselde verleden tijd geselen
geselden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon geselen
gesele aanvoegende wijs geselen
geselend onvoltooid deelwoord geselen
geselende woordvorm geselen
geselt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon geselen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geselen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over geselen

Hoe spreek ik geselen uit?
Zo spreek je geselen uit: /ɣesələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van geselen?
Geselen is een werkwoord. De betekenis is: iemand met een zweep of gesel tuchtigen.
Hoe vervoeg ik geselen?
Zo vervoeg je geselen zo: de tegenwoordige tijd is gesel, de verleden tijd is geselde en het voltooid deelwoord is gegeseld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord geselen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

geselen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

geselen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

geselen in het kort

geselen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van geselen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort geselen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

geselen: iemand met een zweep of gesel tuchtigen
Deel geselen — standaardnederlands.nl