gerieven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- bijstaan, helpen
werkwoord
- bijstaan, helpen, aangenaam maken formal, transitive
Vervoeging van gerieven
gerievenhele werkwoord — geriefdeverleden tijd enkelvoud — geriefdenverleden tijd meervoud — geriefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gerief | geriefde |
| jij | gerieft | geriefde |
| hij, zij, het | gerieft | geriefde |
| wij | gerieven | geriefden |
| jullie | gerieven | geriefden |
| zij | gerieven | geriefden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geriefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geriefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geriefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geriefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geriefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geriefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geriefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geriefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerief | gebiedende wijs |
| geriefd | verleden tijd, deelwoord |
| geriefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geriefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geriefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geriefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geriefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geriefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geriefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geriefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geriefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geriefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geriefde | verleden tijd |
| gerieve | aanvoegende wijs |
| gerievend | onvoltooid, deelwoord |
| had geriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geriefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gerieven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geriefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gerieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geriefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geriefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geriefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geriefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geriefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geriefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geriefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geriefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geriefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geriefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geriefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geriefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geriefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geriefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geriefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geriefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geriefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geriefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geriefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geriefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geriefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geriefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geriefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geriefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geriefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerieven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geriefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geriefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geriefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerieven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gerief
Herkomst
afgeleid van gerief met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van gerieven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geriefd | voltooid deelwoord | gerieven |
| geriefde | verleden tijd | gerieven |
| geriefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gerieven |
| gerieft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gerieven |
| gerievend | onvoltooid deelwoord | gerieven |
| gerievende | woordvorm | gerieven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gerieven zijn vastgelegd.