gereedstaan
werkwoord ɣəˈretstanBetekenis
- zonder verdere voorbereiding ingezet kunnen worden
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je gereedstaan uit?
/xəˈretstan/
Gereedstaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| e | veel |
| t | tak |
| s | sok |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van gereedstaan
gereedstaanhele werkwoord — stond gereedverleden tijd enkelvoud — stonden gereedverleden tijd meervoud — gereedgestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sta gereed | stond gereed |
| jij | staat gereed | stond gereed |
| hij, zij, het | staat gereed | stond gereed |
| wij | staan gereed | stonden gereed |
| jullie | staan gereed | stonden gereed |
| zij | staan gereed | stonden gereed |
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gereedgestaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereedgestaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereedgestaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereedgestaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereedgestaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereedgestaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereedgestaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereedgestaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereed te staan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereed te zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereed zal staan | bijzin, toekomende tijd |
| gereed zou staan | bijzin, voorwaardelijk |
| gereed zouden staan | bijzin, voorwaardelijk |
| gereed zoudt staan | bijzin, voorwaardelijk |
| gereed zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereed zullen staan | bijzin, toekomende tijd |
| gereed zult staan | bijzin, toekomende tijd |
| gereedgestaan | verleden tijd, deelwoord |
| gereedgestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereedgestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereedsta | bijzin, tegenwoordige tijd |
| gereedstaand | onvoltooid, deelwoord |
| gereedstaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| gereedstond | bijzin, verleden tijd |
| gereedstonden | bijzin, verleden tijd |
| gereedstondt | bijzin, verleden tijd |
| had gereedgestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereedgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereedgestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereedgestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereedgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereedgestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereedgestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereedgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereedgestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereedgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereedgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereedgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereedgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereedgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereedgestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sta gereed | gebiedende wijs |
| stond gereed | verleden tijd |
| te hebben gereedgestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gereedstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gereedgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereedgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereedgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gereedstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zou gereedgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereedgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereedgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gereedstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) gereedstaan gereed zou(dt) staan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden gereedgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereedgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereedgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gereedstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt gereedgestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gereedstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen gereedgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereedgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereedgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereedstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gereedstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult gereedgestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereedstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gereedstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal gereedstaan gereed zult/zal staan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van gereed en staan
Woordfamilie van gereedstaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereedgestaan | voltooid deelwoord | gereedstaan |
| gereedsta | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | gereedstaan |
| gereedstaand | onvoltooid deelwoord | gereedstaan |
| gereedstaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | gereedstaan |
| gereedstond | subordinate-clause, verleden tijd | gereedstaan |
| gereedstonden | subordinate-clause, verleden tijd | gereedstaan |
| sta gereed | gebiedende wijs | gereedstaan |
| staan gereed | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | gereedstaan |
| staat gereed | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gereedstaan |
| stond gereed | verleden tijd | gereedstaan |
| stonden gereed | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gereedstaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gereedstaan zijn vastgelegd.