geraken
werkwoordBetekenis
- in een toestand terechtkomen
- in een plek terechtkomen
Vervoeging van geraken
gerakenhele werkwoord — geraakteverleden tijd enkelvoud — geraaktenverleden tijd meervoud — geraaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geraak | geraakte |
| jij | geraakt | geraakte |
| hij, zij, het | geraakt | geraakte |
| wij | geraken | geraakten |
| jullie | geraken | geraakten |
| zij | geraken | geraakten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| geraak | gebiedende wijs |
| geraakt | verleden tijd, deelwoord |
| geraakt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraakt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geraakte | verleden tijd |
| gerake | aanvoegende wijs |
| gerakend | onvoltooid, deelwoord |
| is geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te geraken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen geraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal geraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal geraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal geraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou geraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou geraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen geraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van raken met het voorvoegsel ge-
Woordfamilie van geraken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geraak | gebiedende wijs | geraken |
| geraakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | geraken |
| gerake | aanvoegende wijs | geraken |
| gerakend | onvoltooid deelwoord | geraken |
| gerakende | woordvorm | geraken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geraken zijn vastgelegd.