genotype
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het geheel van genetische kenmerken dat een soort onderscheidt
- de sequentie van de nucleïnezuren in DNA en RNA in de mitochondriën
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genotypen | meervoud |
| genotypes | meervoud |
| genotypetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| genotypetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘type zoals bepaald door erfelijke aanleg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936
Woordfamilie van genotype
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genotypen | meervoud | genotype |
| genotypes | meervoud | genotype |
| genotypetje | verkleinwoord | genotype |
| genotypetjes | verkleinwoord meervoud | genotype |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genotype zijn vastgelegd.