genetica
zelfstandig naamwoord ɣeˈnetiˌkaBetekenis
- de wetenschap van alles wat de werking van genen betreft, in het bijzonder erfelijke overdracht
Hoe spreek je genetica uit?
/xeˈnetiˌka/
Genetica bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| e | veel |
| n | nek |
| t | tak |
| i | riet |
| k | kat |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘erfelijkheidsleer’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van genetica
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genetica's | meervoud | genetica |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genetica zijn vastgelegd.