gen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- drager van informatie van de erfelijke eigenschappen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genen | meervoud |
| gennetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gennetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘drager van erfelijke eigenschappen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928
Woordfamilie van gen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genen | meervoud | gen |
| gennetje | verkleinwoord | gen |
| gennetjes | verkleinwoord meervoud | gen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gen zijn vastgelegd.