fenotype
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het uitzicht van een organisme
- het geheel van macroscopische en microscopische kenmerken, zoals kleur, uitzicht, chemische samenstelling, ... dat een soort onderscheidt
zelfstandig naamwoord — neuter
- het aanzicht van een organisme
- het geheel van macroscopische en microscopische kenmerken, zoals kleur, aanzicht, chemische samenstelling, ... dat een soort onderscheidt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fenotypen, fenotypes | meervoud |
Herkomst
in de betekenis van ‘verschijningsvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1926
Woordfamilie van fenotype
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fenotypen | meervoud | fenotype |
| fenotypes | meervoud | fenotype |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fenotype zijn vastgelegd.