gemeente
zelfstandig naamwoord ɣəˈmentəBetekenis
- bestuurlijke eenheid in een staat, onder bestuur van een raad, een burgemeester en wethouders of schepen|schepenen
- de gezamenlijke gelovigen van een bepaald kerkgenootschap of in een bepaalde kerk bijeen
- bestuurlijke eenheid in een staat, onder bestuur van een raad, een burgemeester en wethouders of schepenen
Hoe spreek je gemeente uit?
/xəˈmentə/
Gemeente bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| m | maan |
| e | veel |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als gemeenten.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemeenten | meervoud |
| gemeentes | meervoud |
| gemeentetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gemeentetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zelfbestuur uitoefenend onderdeel van de staat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1798
Woordfamilie van gemeente
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemeenten | meervoud | gemeente |
| gemeentes | meervoud | gemeente |
| gemeentetje | verkleinwoord | gemeente |
| gemeentetjes | verkleinwoord meervoud | gemeente |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemeente zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- gemeenteadministratie
- gemeenteambtenaar
- gemeentearchief
- gemeentebedrijf
- gemeentebegroting
- gemeentebeheer
- gemeentebelasting
- gemeentebestuur
- gemeentebibliotheek
- gemeentedienst
- gemeentefonds
- gemeentegarantie
- gemeentegrens
- gemeentehuis
- gemeentekas
- gemeentelid
- gemeentelijk
- gemeenteloket
- gemeentemuseum
- gemeentenaar
- gemeenteontvanger
- gemeentepolitie
- gemeenteraad
- gemeentereiniging