gemeenschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het met één of meer anderen deel hebben aan iets
- samenleving.
- geheel van personen of zaken die tot elkaar in een bepaald opzicht in een geregelde betrekking staan
- geslachtsgemeenschap.
zelfstandig naamwoord
- samenleving
- geslachtsgemeenschap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemeenschapje | verkleinwoord |
| gemeenschapjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| gemeenschappen | enkelvoud |
Herkomst
Afgeleid van gemeen met het achtervoegsel -schap.
Woordfamilie van gemeenschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemeenschapje | verkleinwoord | gemeenschap |
| gemeenschapjes | verkleinwoord | gemeenschap |
| gemeenschappen | enkelvoud | gemeenschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemeenschap zijn vastgelegd.