gemeentelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de gemeente betreffend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemeentelijke | verbogen, stellende trap |
| gemeentelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| gemeentelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| gemeentelijkers | partitief, vergrotende trap |
| gemeentelijks | partitief, stellende trap |
| gemeentelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| gemeentelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van gemeente met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van gemeentelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemeentelijke | verbogen vorm | gemeentelijk |
| gemeentelijker | vergrotende trap | gemeentelijk |
| gemeentelijkere | verbogen vergrotende trap | gemeentelijk |
| gemeentelijkers | partitieve vergrotende trap | gemeentelijk |
| gemeentelijks | partitive, positive | gemeentelijk |
| gemeentelijkst | uninflected, superlative | gemeentelijk |
| gemeentelijkste | inflected, superlative | gemeentelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemeentelijk zijn vastgelegd.