congregatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kloostercongregatie
- kerkelijke vereniging van leken, tot het houden van godsdienstoefeningen
- bestuurscollege binnen de Romeinse curie met een bepaalde taak
zelfstandig naamwoord
- kerkelijke vereniging van leken, die goedgekeurd zijn tot het houden van godsdienstoefeningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| congregaties | meervoud |
| congregatiën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kerkelijke vereniging’ voor het eerst aangetroffen in 1893
Woordfamilie van congregatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| congregaties | meervoud | congregatie |
| congregatiën | meervoud | congregatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van congregatie zijn vastgelegd.