Naar de inhoud

gelijkstemmen

een instrument op de juiste toonhoogte brengen

gelijkstemmen

werkwoord

Betekenis

  1. een instrument op de juiste toonhoogte brengen

Vervoeging van gelijkstemmen

gelijkstemmenhele werkwoord — stemde gelijkverleden tijd enkelvoud — stemden gelijkverleden tijd meervoud — gelijkgestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stem gelijk stemde gelijk
jij stemt gelijk stemde gelijk
hij, zij, het stemt gelijk stemde gelijk
wij stemmen gelijk stemden gelijk
jullie stemmen gelijk stemden gelijk
zij stemmen gelijk stemden gelijk
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gelijk te stemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelijk te zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijk zal stemmen bijzin, toekomende tijd
gelijk zou stemmen bijzin, voorwaardelijk
gelijk zouden stemmen bijzin, voorwaardelijk
gelijk zoudt stemmen bijzin, voorwaardelijk
gelijk zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijk zullen stemmen bijzin, toekomende tijd
gelijk zult stemmen bijzin, toekomende tijd
gelijkgestemd verleden tijd, deelwoord
gelijkgestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijkgestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijkstem bijzin, tegenwoordige tijd
gelijkstemde bijzin, verleden tijd
gelijkstemden bijzin, verleden tijd
gelijkstemmend onvoltooid, deelwoord
gelijkstemt bijzin, tegenwoordige tijd
had gelijkgestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelijkgestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelijkgestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelijkgestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelijkgestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelijkgestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelijkgestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelijkgestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelijkgestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelijkgestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelijkgestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stem gelijk gebiedende wijs
stemde gelijk verleden tijd
te hebben gelijkgestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gelijkstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelijkgestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelijkgestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelijkgestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gelijkstemmen bijzin, toekomende tijd
zou gelijkgestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelijkgestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelijkgestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gelijkstemmen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) gelijkstemmen gelijk zou(dt) stemmen bijzin, voorwaardelijk
zouden gelijkgestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelijkgestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelijkgestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gelijkstemmen bijzin, voorwaardelijk
zoudt gelijkgestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gelijkstemmen bijzin, voorwaardelijk
zullen gelijkgestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelijkgestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelijkgestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelijkstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gelijkstemmen bijzin, toekomende tijd
zult gelijkgestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelijkstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gelijkstemmen bijzin, toekomende tijd
zult/zal gelijkstemmen gelijk zult/zal stemmen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van gelijk en stemmen

Woordfamilie van gelijkstemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelijkgestemd voltooid deelwoord gelijkstemmen
gelijkstem subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkstemmen
gelijkstemde subordinate-clause, verleden tijd gelijkstemmen
gelijkstemden subordinate-clause, verleden tijd gelijkstemmen
gelijkstemme with-subordinate-clause gelijkstemmen
gelijkstemmend onvoltooid deelwoord gelijkstemmen
gelijkstemmende woordvorm gelijkstemmen
gelijkstemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkstemmen
stem gelijk gebiedende wijs gelijkstemmen
stemde gelijk verleden tijd gelijkstemmen
stemden gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gelijkstemmen
stemme gelijk woordvorm gelijkstemmen
stemmen gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon gelijkstemmen
stemt gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gelijkstemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelijkstemmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gelijkstemmen

Wat is de betekenis van gelijkstemmen?
Gelijkstemmen is een werkwoord. De betekenis is: een instrument op de juiste toonhoogte brengen.
Hoe vervoeg ik gelijkstemmen?
Zo vervoeg je gelijkstemmen zo: het voltooid deelwoord is gelijkgestemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gelijkstemmen is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. M 3
  11. M 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gelijkstemmen levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. M 3
  11. M 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 zonder bonus
  15. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gelijkstemmen in het kort

gelijkstemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van gelijkstemmen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gelijkstemmen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gelijkstemmen: een instrument op de juiste toonhoogte brengen
Deel gelijkstemmen — standaardnederlands.nl