Naar de inhoud

gelijkmaken

egaliseren, vlak maken

gelijkmaken

werkwoord ɣəˈlɛikmakə(n)

Betekenis

  1. egaliseren, vlak maken
  2. een achterstand wegwerken

Hoe spreek je gelijkmaken uit?

/xəˈlɛikmakən/

Gelijkmaken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /xəˈlɛikmakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
ə de
l land
ɛi trein
k kat
m maan
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van gelijkmaken

gelijkmakenhele werkwoord — maakte gelijkverleden tijd enkelvoud — maakten gelijkverleden tijd meervoud — gelijkgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak gelijk maakte gelijk
jij maakt gelijk maakte gelijk
hij, zij, het maakt gelijk maakte gelijk
wij maken gelijk maakten gelijk
jullie maken gelijk maakten gelijk
zij maken gelijk maakten gelijk
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gelijkgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gelijkgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gelijkgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gelijkgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gelijkgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gelijkgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gelijkgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gelijkgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelijk te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelijk te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijk zal maken bijzin, toekomende tijd
gelijk zou maken bijzin, voorwaardelijk
gelijk zouden maken bijzin, voorwaardelijk
gelijk zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
gelijk zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijk zullen maken bijzin, toekomende tijd
gelijk zult maken bijzin, toekomende tijd
gelijkgemaakt verleden tijd, deelwoord
gelijkgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijkgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijkmaak bijzin, tegenwoordige tijd
gelijkmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
gelijkmaakte bijzin, verleden tijd
gelijkmaakten bijzin, verleden tijd
gelijkmakend onvoltooid, deelwoord
had gelijkgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelijkgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelijkgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelijkgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelijkgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelijkgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelijkgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelijkgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelijkgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelijkgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelijkgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak gelijk gebiedende wijs
maakte gelijk verleden tijd
te hebben gelijkgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gelijkmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelijkgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelijkgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelijkgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gelijkmaken bijzin, toekomende tijd
zou gelijkgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelijkgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelijkgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gelijkmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) gelijkmaken gelijk zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden gelijkgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelijkgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelijkgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gelijkmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt gelijkgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gelijkmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen gelijkgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelijkgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelijkgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelijkmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gelijkmaken bijzin, toekomende tijd
zult gelijkgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelijkmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gelijkmaken bijzin, toekomende tijd
zult/zal gelijkmaken gelijk zult/zal maken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van gelijk en maken

Woordfamilie van gelijkmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelijkgemaakt voltooid deelwoord gelijkmaken
gelijkgemaakte woordvorm gelijkmaken
gelijkmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkmaken
gelijkmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkmaken
gelijkmaakte subordinate-clause, verleden tijd gelijkmaken
gelijkmaakten subordinate-clause, verleden tijd gelijkmaken
gelijkmake with-subordinate-clause gelijkmaken
gelijkmakend onvoltooid deelwoord gelijkmaken
gelijkmakende woordvorm gelijkmaken
maak gelijk gebiedende wijs gelijkmaken
maakt gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gelijkmaken
maakte gelijk verleden tijd gelijkmaken
maakten gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gelijkmaken
make gelijk woordvorm gelijkmaken
maken gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon gelijkmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelijkmaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over gelijkmaken

Hoe spreek je gelijkmaken uit?
De uitspraak van gelijkmaken is: /ɣəˈlɛikmakə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent gelijkmaken?
Gelijkmaken is een werkwoord. Het woord betekent: egaliseren, vlak maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gelijkmaken?
Je vervoegt gelijkmaken als volgt: het voltooid deelwoord is gelijkgemaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gelijkmaken is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. M 3
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gelijkmaken levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. M 3
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gelijkmaken in het kort

gelijkmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gelijkmaken zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gelijkmaken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gelijkmaken: egaliseren, vlak maken
Deel gelijkmaken — standaardnederlands.nl