gehakt
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ɣəˈhɑktBetekenis
- fijn gemalen vlees
- in kleinere delen gemaakt door hakken
Hoe spreek je gehakt uit?
/xəˈhɑkt/
Gehakt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van hakken
Vervoeging van gehakt
gehakthele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] gehakt | canonical |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] gehakt | canonical |
bijvoeglijk naamwoord
- met een verhoging van de zool onder de hiel
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] gehakt | canonical |
Woordfamilie van gehakt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehakts | woordvorm | gehakt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gehakt zijn vastgelegd.