gatlikken
werkwoord ˈɣɑtlɪkə(n)Betekenis
- vleien
Hoe spreek je gatlikken uit?
/ˈxɑtlɪkən/
Gatlikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| l | land |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van gatlikken
gatlikkenhele werkwoord — gatlikteverleden tijd enkelvoud — gatliktenverleden tijd meervoud — gegatliktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gatlik | gatlikte |
| jij | gatlikt | gatlikte |
| hij, zij, het | gatlikt | gatlikte |
| wij | gatlikken | gatlikten |
| jullie | gatlikken | gatlikten |
| zij | gatlikken | gatlikten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gatlik | gebiedende wijs |
| gatlikke | aanvoegende wijs |
| gatlikkend | onvoltooid, deelwoord |
| gatlikte | verleden tijd |
| gegatlikt | verleden tijd, deelwoord |
| gegatlikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegatlikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gegatlikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegatlikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegatlikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegatlikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegatlikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegatlikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegatlikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegatlikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegatlikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegatlikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegatlikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegatlikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegatlikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegatlikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegatlikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gatlikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegatlikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gatlikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gegatlikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegatlikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegatlikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegatlikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegatlikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegatlikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gegatlikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegatlikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegatlikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gegatlikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen gatlikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gegatlikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegatlikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegatlikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult gatlikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gegatlikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
terugvorming uit gatlikker zn , op te vatten als samenstelling van gat zn en likken ww
Woordfamilie van gatlikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gatlik | gebiedende wijs | gatlikken |
| gatlikkend | onvoltooid deelwoord | gatlikken |
| gatlikkende | woordvorm | gatlikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gatlikken zijn vastgelegd.