Naar de inhoud

flemen

overdreven lief tegen iemand doen

flemen

werkwoord

Betekenis

  1. overdreven lief tegen iemand doen
  2. reageren op de aanwezigheid van feromonen in de urine van een krols wijfje door met het gezicht te trekken

Vervoeging van flemen

flemenhele werkwoord — fleemdeverleden tijd enkelvoud — fleemdenverleden tijd meervoud — gefleemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fleem fleemde
jij fleemt fleemde
hij, zij, het fleemt fleemde
wij flemen fleemden
jullie flemen fleemden
zij flemen fleemden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gefleemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefleemd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefleemd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefleemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefleemd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefleemd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefleemd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefleemd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
fleem gebiedende wijs
fleemde verleden tijd
fleme aanvoegende wijs
flemend onvoltooid, deelwoord
gefleemd verleden tijd, deelwoord
gefleemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefleemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefleemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefleemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefleemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefleemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefleemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefleemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefleemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefleemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefleemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefleemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefleemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefleemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefleemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefleemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefleemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te flemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefleemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen flemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal flemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal flemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal flemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefleemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefleemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefleemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou flemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou flemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou flemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefleemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefleemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefleemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden flemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden flemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden flemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefleemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefleemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefleemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt flemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefleemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen flemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen flemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen flemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen flemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefleemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefleemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefleemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult flemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefleemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘vleien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1624

Woordfamilie van flemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fleem gebiedende wijs flemen
fleemde verleden tijd flemen
fleemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon flemen
fleemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon flemen
fleme aanvoegende wijs flemen
flemend onvoltooid deelwoord flemen
flemende woordvorm flemen
gefleemd voltooid deelwoord flemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flemen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over flemen

Wat is de betekenis van flemen?
Flemen is een werkwoord. De betekenis is: overdreven lief tegen iemand doen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik flemen?
Zo vervoeg je flemen zo: de tegenwoordige tijd is fleem, de verleden tijd is fleemde en het voltooid deelwoord is gefleemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord flemen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

flemen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

flemen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

flemen in het kort

flemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van flemen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort flemen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

flemen: overdreven lief tegen iemand doen
Deel flemen — standaardnederlands.nl