gangbangen
werkwoord ˈɡɛŋbɛŋə(n)Betekenis
- aan een gangbang (groepsseks) deelnemen
Hoe spreek je gangbangen uit?
/ˈgɛŋbɛŋən/
Gangbangen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| b | bak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- deelnemen aan groepsseks waarbij iemand seks heeft met meer partners na elkaar unergative
Vervoeging van gangbangen
gangbangenhele werkwoord — gangbangdeverleden tijd enkelvoud — gangbangdenverleden tijd meervoud — gegangbangdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gangbang | gangbangde |
| jij | gangbangt | gangbangde |
| hij, zij, het | gangbangt | gangbangde |
| wij | gangbangen | gangbangden |
| jullie | gangbangen | gangbangden |
| zij | gangbangen | gangbangden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gangbang | gebiedende wijs |
| gangbangde | verleden tijd |
| gangbange | aanvoegende wijs |
| gangbangend | onvoltooid, deelwoord |
| gegangbangd | verleden tijd, deelwoord |
| gegangbangd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegangbangd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gegangbangd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegangbangd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegangbangd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegangbangd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegangbangd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegangbangd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegangbangd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegangbangd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegangbangd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegangbangd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegangbangd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegangbangd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegangbangd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegangbangd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegangbangd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gangbangen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegangbangd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gangbangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gegangbangd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegangbangd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegangbangd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegangbangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegangbangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegangbangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gegangbangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegangbangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegangbangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gegangbangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen gangbangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gegangbangd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegangbangd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegangbangd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult gangbangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gegangbangd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van gangbang met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van gangbangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gangbangde | verleden tijd | gangbangen |
| gangbangden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gangbangen |
| gangbange | aanvoegende wijs | gangbangen |
| gangbangend | onvoltooid deelwoord | gangbangen |
| gangbangende | woordvorm | gangbangen |
| gangbangt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gangbangen |
| gegangbangd | voltooid deelwoord | gangbangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gangbangen zijn vastgelegd.