Naar de inhoud

gaffelen

smullen

gaffelen

werkwoord

Betekenis

  1. smullen

Vervoeging van gaffelen

gaffelenhele werkwoord — gaffeldeverleden tijd enkelvoud — gaffeldenverleden tijd meervoud — gegaffeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gaffel gaffelde
jij gaffelt gaffelde
hij, zij, het gaffelt gaffelde
wij gaffelen gaffelden
jullie gaffelen gaffelden
zij gaffelen gaffelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gaffel gebiedende wijs
gaffelde verleden tijd
gaffele aanvoegende wijs
gaffelend onvoltooid, deelwoord
gegaffeld verleden tijd, deelwoord
gegaffeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegaffeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gegaffeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegaffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegaffeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegaffeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegaffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegaffeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegaffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegaffeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegaffeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegaffeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegaffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegaffeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegaffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegaffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegaffeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gaffelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegaffeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gaffelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gegaffeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegaffeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegaffeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gegaffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegaffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegaffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gegaffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegaffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegaffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gegaffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen gaffelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gegaffeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegaffeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegaffeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult gaffelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gegaffeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

van gaffel (mond) met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van gaffelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaffelde verleden tijd gaffelen
gaffelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gaffelen
gaffele aanvoegende wijs gaffelen
gaffelend onvoltooid deelwoord gaffelen
gaffelende woordvorm gaffelen
gaffelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gaffelen
gegaffeld voltooid deelwoord gaffelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gaffelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gaffelen

Wat is de betekenis van gaffelen?
Gaffelen is een werkwoord. De betekenis is: smullen.
Hoe vervoeg ik gaffelen?
Zo vervoeg je gaffelen zo: de tegenwoordige tijd is gaffel, de verleden tijd is gaffelde en het voltooid deelwoord is gegaffeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gaffelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. A 1
  3. F 4
  4. F 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gaffelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. A 1
  3. F 4
  4. F 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gaffelen in het kort

gaffelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van gaffelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gaffelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gaffelen: smullen
Deel gaffelen — standaardnederlands.nl